force times distance: on labour and its sonic ecologies

Wherefore this busy labor without rest?
Is it an idle dream to which we cling,
Here where a thousand dusky toilers sing
Unto the world their hope? "Build we our best.
By hand and thought," they cry, "although unblessed."
So the great engines throb, and anvils ring,
And so the thought is wedded to the thing;
But what shall be the end, and what the test?

– Tuskegee, Leslie Pinckney Hill

Another shift of men, some of them my friends, comin'
on Hard to imagine workin' in the mines
Coal dust in your lungs, on your skin and on your mind
I've listened to the speeches
But it occurred to me politicians don't understand
The thoughts of isolation, ain't no sunshine underground
It's like workin' in a graveyard three miles down

– Three Miles Down, Gil Scott-Heron & Brian Jackson

Cassette Kant A

Terwijl ze de condities bespreekt waarin Chinese werkers op de plantages zwoegden in Amerika, vertelt Maxine Hong Kingston het overgeleverde verhaal van de koningin die een zoon met konijnenoren op de wereld bracht. Omdat de koning zo beschaamd was een zoon te hebben met zulke afwijkingen, vroeg hij de koningin en bedienden het geheim te houden opdat niemand in zijn koninkrijk het te weten zou komen. De prins groeide in het geniep op, hij groeide zijn haar lang en niemand zag ooit zijn oren. Maar de last van dit zware geheim drukte jarenlang op de koning; de nood om het uit te spreken werd steeds groter en groter. Op een gezegende dag wandelde de koning alleen naar het bos, groef een put in de grond, en gilde het geheim dat hij al die jaren bij zich droeg in het gegraven gat. Ogenblikkelijk viel er een last van zijn schouders, nu hij eindelijk de woorden kon uitspreken. Wat hij echter niet wist, was dat de aarde – de levende en niet-levende wezens onder de grond – zijn geheim hoorden en het overdroegen aan de wortels en zaden van de bomen, die het dan weer verder verspreidden naar de planten en het voedsel dat geoogst werd. Na niet lange tijd werd de wind en allen die het voedsel aten zich bewust van datgene wat geheim moest blijven. Wetende van deze legende, groeven de Chinese werkers – die het vaak verboden werden te spreken of zingen tijdens hun werkzaamheden – kuilen in de velden en schreeuwden ze hun boodschappen van liefde en hoop erin, of gewoonweg gezangen over hun dagelijkse leven en het werk waaraan ze gebonden waren. Dit deden ze in de hoop dat hun sonische berichten overgeleverd zouden worden aan hun mede-arbeiders of naasten die ze aan de andere kant van de wereld hadden achtergelaten.

Cassette Kant B

Geschoold in de landbouwwetenschappen te Cairo en werkend op boerderijen, probeerde Halim El-Dabh, naast het opstarten van een beginnende carrière als componist, alternatieve manieren te vinden om insecten en vogels weg te houden van gewassen. In zijn eigen woorden: “in de late jaren dertig werkte ik met geluid, om sprinkhanen te ontmoedigen. (…) Ik wilde niet dat ze de mais zouden opeten (…) Ik nam stukken

metaalafval en hing ze aan een paal met een soort vleugels eraan. Wanneer de wind kwam gingen ze vibreren en tegen de paal aan klepperen, wat een geluid voortbracht.” Deze sonische vogelverschrikker was een van de vele experimenten van El-Dabh die werkten met geluid als vorm van insecticide. Het wordt gezegd dat hij ook een compositie maakte waarin de sonische frequentie van sommige insecten geëvenaard werd, een geluid dat voor hen zo onaangenaam was dat ze wegbleven van de planten. Het idee van een niet-chemische pesticide was een van de vele experimenten die vooraf gingen aan zijn baanbrekende compositie The Expression of Zār (1944), gezien als de voorloper van Musique Concrète.

De anekdotes op kant A en B van deze cassette zijn mogelijke extremen op een spectrum van de wisselwerking tussen arbeid en het sonische. Binnen de cyclus die al deze uitersten omvat, zien we de uiteenlopende bewegingen van verhalen en wijsheden die zich door de aarde vlechten. Sonische en fonische ervaringen stijgen boven tijd en ruimte uit. In de context van Force times Distance wordt geluid bekeken als een testament van en overlevingsmechaniek voor arbeiders, welke doordrongen is van noodzakelijkheid, hoop en liefde, wat kan bestaan uit het geluid van gereedschap en machines, de vibratie van uitgeputte lichamen, protestgezangen, klaagliederen en elegieën van pijn en verlies.

Tussen deze extremen zitten arbeidsliederen gemaakt door boeren, jagers, bedienden, tuinwerkers, fabriekswerkers, mijnwerkers, zeemannen, wevers en naaisters, informatietechnici, en natuurlijk ook de vakbonden en protestzangen. De intersectie tussen arbeid en het sonische heeft een agglomeraat aan doeleinden. Deze variëren van het verlichten van de pijn van harde werkomstandigheden op plantages, op vuilnisbelten of drie kilometer onder de aarde in de mijnen, zoals Gill Scott Heron het beschrijft. Liederen helpen met het vergroten én overleven van hoge productiviteitseisen door het bijhouden van het werkritme, het verzachten van het sentiment of de verveling die toeslaat tijdens het zaaien en oogsten van katoen, het maaien van gras of koken. Gezangen worden overgeleverd in en door de plekken die aan bod komen in Jumana Manna's film A magical substance flows into me (2015), waar de liederen door de keukens galmen, of Amar Kanwar's A night of Prophecy (2002), een reeks gedichten en liedjes opgenomen in elf talen: het werk portretteert mensen gevangen in een strijd rondom klasse, armoede en rechteloosheid.

In het geval van de plantage-liederen, bijvoorbeeld, dienen de gezangen ook als geheugensteuntje om de geschiedenis te behouden van waar de slaven vandaan kwamen, brachten ze de slaven in verbinding met elkaar, of waren plekken waarin ze plannen konden bedenken en informatie konden delen over het ontsnappen aan de plantages. Zodoende belichaamden de liederen mogelijkheden tot verzet, maar ook mogelijkheden tot zorg voor elkaar – ze zijn getuige van de werkcondities van de arbeiders, geven hen ruimte om hun zorgen te uiten, zich te beklagen of iets te vieren.

Op de slavenboerderijen werden Afrikaanse drums verbannen uit de angst dat ze gebruikt zouden worden als communicatiemiddel voor opstanden; in sommige gevallen was zelfs zingen verboden. Het wordt gezegd dat zowaar de “Yankee Doodle” zijn begin vindt in een 15e eeuws Nederlands oogstlied waarin beschreven wordt hoe landarbeiders lonen krijgen zoals botermelk (karnemelk) en een tiende (tanther) van het graan. Een aantal populaire liederen hebben hun oorsprong in bootliedjes gezongen tijdens het roeien, de zeeliederen die door matrozen gezongen worden specifiek tijdens de tuigage of het aanmeren, of industriële liederen geproduceerd door de industriële revolutie.

Vanuit een technologisch standpunt, of het nu de geluiden van een sonische vogelverschrikker zijn, het gefluit en gejodel van jagers bedoeld om hun spel en andere jagers te identificeren, het geluid van naaimachines of andere geautomatiseerde processen zoals treinen, of schepen die de composities van Arseny Avraamov bezielden, de autoindustrie in Detroit die de beginselen van techno inspireerde, alsook de sociale laag van werkliedjes gaande van Donna Summer's “She Works Hard For The Money” (1983) tot Rihanna’s “Work” (2016).

“And gimme me all the work, work, work, work, work, work
You see me I be work, work, work, work, work, work
You see me do me dirt, dirt, dirt, dirt, dirt, dirt
There’s something 'bout that work, work, work, work, work, work

When you a gon’ learn, learn, learn, learn, learn, learn

Me na care if me tired, tired, tired, tired, tired, tired”

—Rihanna, Work

DEEL I

IN VIJF HOOFDSTUKKEN

Force times Distance zal zich uiten door middel van de volgende vijf kernonderdelen: tentoonstelling, radio, educatie en publieksprogramma (oftewel: activaties), publicaties en archief. Elk element zal zich focussen op een verzameling van media die ideeën samenbrengt omtrent arbeid, de fysische formule van werk, namelijk: Werk = Kracht maal Afstand = Energie, zodoende ook de titel van het project.

I

Kracht maal Afstand = Tentoonstelling

De omgeving van Park Sonsbeek bestaat uit een historisch complexe cartografie van vliegtuighangars, kastelen, parken, boerderij structuren, bunkers en meer. Naast hun beoogde functionaliteit hebben deze ruimtes gemeen dat ze plekken voor arbeid zijn, en dus een voorstel tot reflectie op arbeid uitlokken. De arbeid van duizenden mensen die in aanraking kwamen met het gebouw, met het onderhouden van deze structuren – zowel zichtbare als onzichtbare arbeiders, zowel betaalde als niet betaalde werkkrachten. Force times Distance kijkt naar hoe de geschiedenis van arbeid en de arbeidsklasse reflecteert op en is gecontextualiseerd door kwesties zoals afkomst, gender, klasse en politiek; d.w.z. het raciaal 'Capitalocene' zoals beschreven door Françoise Vergès, net als hoe deze zich manifesteren in het sonische landschap. Het draait om de socio-politiek en de sonicity van arbeid in relatie tot een Adam Smithiaans begrip van een 'commerciële samenleving' en een Hegeliaans begrip van 'burgerlijke maatschappij'. De tentoonstelling Force times Distance functioneert als een choreografie van sonische frequenties, en houdt zich bezig met een uitgebreide en verrijkte muzikaliteit die uitnodigt en aanmoedigt tot verschillende manieren van luisteren, manieren die zichtbaar willen maken wat reeds aanwezig is maar steeds onzichtbaar blijft, die herontdekken, restitueren en herstellen wat nog steeds gesegregeerde omstandigheden zijn waarin we leven: tussen zichtbare en onzichtbare arbeiders, lichamen en landen. Gegroepeerd rondom het werk van kunstenaars die sculpturaal, performatief en sonisch werken, onderzoekt de tentoonstelling de sculpturale aard van het sonische landschap, arbeid, en de politiek van het geluid – op multimediale en multidisciplinaire wijze.

De route die loopt van Park Sonsbeek naar Zypendaal, Schaarsbergen, Nationale Park De Hoge Veluwe tot aan het Kröller-Müller Museum, inclusief ‘Buitenplaats Koningsweg’, doet dienst als vertrekpunt.

II

Kracht maal Afstand = Radio

Een fundamenteel element van Force times Distance is het opzetten van een radiostation waarop jong en oud, lokaal en niet-lokaal, arbeiders van elke métier en niet-werkers, studenten, kunstenaars, schrijvers en mensen van elke laag van de bevolking te Arnhem en daarbuiten hun perspectieven delen op arbeid en sonologie. Het programma zal lezingen van verhalen en anekdotes bevatten, het delen van persoonlijke en collectieve ervaringen, muziek en korte toneelstukken omtrent arbeid. Met radio pogen we zowel de ruimte van een tentoonstelling/het maken van een tentoonstelling uit te breiden alsook de notie van publieke ruimte. Sinds het begin van de sonsbeek geschiedenis is het een kunstproject voor de publieke ruimte, waarbij radio een toepasselijke publieke ruimte in de ether lijkt.

III

Kracht maal Afstand = Activaties

Het educatieve en publieke programma wordt vormgegeven door locale en internationale partners in het veld van de artistieke en curatoriale praktijk, educatie, activisme en meditatie. Hierbij hoort performance, poëzie, dans, lezingen, workshops, leesgroepen over sonologie, arbeid en hun geschiedenis, of andere onderwerpen binnen het interessegebied van de communities waarmee we werken.

Het doel van dit project is om kunst-geïnteresseerden en niet-kunst-geïnteresseerden bij elkaar te brengen. Op regelmatige basis zullen kunstenaars, dichters, sprekers, performers en muzikanten samenkomen. Verschillende locaties en thema's doen dienst als startpunt voor deze ontmoetingen, zoals de kerk, waar we installaties neerzetten alsook een reeks experimentele sonische orgelinterventies, performances, danssessies, geluid- en filmworkshops enzovoort. Geluidspraktijken en algemene theorie alsook arbeid zullen geanalyseerd worden, naast wetenschappelijke onderzoeken in de akoestische ecologie.

IV

Kracht maal Afstand = Publicatie

Samengesteld als een tentoonstelling en onderzoeksproject zal Force times Distance aangevuld worden met een publicatieprogramma. Een reeks readers die essays omvatten door onderzoekers in het veld van arbeid en geluid wordt gepubliceerd, naast anekdotes en interventies van kunstenaars. Een wekelijkse strip zine wordt bij een locale krant toegevoegd, en een sonische publicatie zal geproduceerd worden op vinyl aan het einde van de cyclus.

V

Kracht maal Afstand = Archief

Gedurende de onderzoeksfase van Force times Distance werd duidelijk dat er geen samenhangend archief bestaat van het sonsbeek kunstenfestival, dat reeds sinds 1949 actief is. Flarden van informatie zijn hier en daar te vinden, net als vele kenners die orale verhalen vertellen over de vorige edities van sonsbeek. Dit gebrek heeft geleid tot het initiatief om het sonsbeek archief op te zetten. Door middel van een reeks open calls kunnen mensen die vorige edities bezocht hebben of toegang hebben tot archiefmateriaal bijdragen tot dit open archief met privé-foto's of publicaties, krantenartikelen, flyers en meer. Een deel van het archief zal zich toespitsen op het samenbrengen van de orale geschiedenis van verschillende communities. Het idee is om een archief te creëren voor de mensen, door de mensen.

DEEL II

IN VIJF FREQUENTIES

INSTRUCTION TO THE PEOPLES OF THE EARTH. You must realize that you have the right to love beauty. You must prepare to live life to the fullest extent. Of course it takes imagination, but you don't have to be an educated person to have that. Imagination can teach you the true meaning of pleasure. Listening can be one of the greatest of pleasures. You must learn to listen, because by listening you will learn to see with your mind's eye. You see, music paints pictures that only the mind's eye can see. Open your ears so that you can see with the eye of the mind.

– Sun Ra, Liner notes to Sun Song, 1957

Deel 2 van deze introductie tot Force times Distance laat het conceptuele raamwerk zien van het project. Het kijkt naar de bewegingen en implicaties van macht, stuwt onze noties van tijd voorbij het lineaire en engageert zich, onder andere, met de cycliciteit van tijd. Dit deel is gestructureerd rondom vijf frequenties: elke frequentie relateert aan een specifiek event, anekdote, onderdeel, historische gebeurtenis of kunstpraktijk verbonden met Arnhem, Nederland, en met arbeid en het sonische landschap.

Force times Distance kan begrepen worden vanuit het standpunt van twee sonische/muzikale concepten, namelijk: 'Excavation' (Uitgraving) en 'Amplification' (Versterking). 'Excavation' zien we in relatie tot opgraving of het exploreren van iets waardevol wat nog niet zichtbaar is, zoals de opgraving van geschiedenissen en verloren verhalen, of de opgraving van vergeten geluiden. Aan het gebaar van snuisteren en graven doorheen vinyl's in een platenzaak wordt ook informeel gerefereerd als uitgraving.

Door middel van het versterken zal datgene wat opgegraven wordt hoorbaar of zichtbaar gemaakt worden, in een proces van het samenbrengen van gesitueerde realiteiten (lokaal) en ficties gevonden te (regio) Arnhem tegenover de gevonden narratieven over de hele wereld (globaal).

1e frequentie

Deze eerste frequentie gaat over de intersectie van Sint-Jansbeek – waarrond Arnhem gebouwd werd – en de Rijn. Het reflecteert op het vloeien van water en geluid, gezien de versterking van geluid bij het bewegen over water. Met betrekking tot uitwisseling van arbeid en technologie is het belangwekkend om op metaforische wijze de geluiden en verhalen te onttrekken van de industriële locaties 'avant la lettre' die zich bevonden op de plek waar Park Sonsbeek nu huist. Het interessantste aspect aan Sint-Jansbeek is niet zozeer de historische identiteit, maar eerder de rol die de beek speelde als bron van leven en katalysator voor de industrie, alsook de manier waarop ze Arnhem verbond met de Rijn en de rest van de wereld. Deze frequentie is ook belangrijk in relatie tot het belang van water in de wereldgeschiedenis, politiek en economie.

Het wordt gezegd dat in 1530 Hertog Karel van Gerle de omleiding van de Rijn beval opdat deze dichter bij de stadsgrenzen van Arnhem zou komen. Gedurende zes jaar werkten arbeiders met schop en kruiwagen om de Rijn dichter bij de stad te brengen. Sint-Jansbeek, vanaf haar bron in Zypendaal, door Park Sonsbeek tot aan de stad, is deels open en deels onder de stad. Dit suggereert potentie wat betreft “uitgraving en versterking”, door het verbinden van de narratieven van Sint-Jansbeek tot aan de Rijn en verder naar de zee, zowel geschiedkundig als vandaag de dag. In Sam Auinger's werk Sounding Mexico City heeft hij het over de ingehuurde Nederlandse soldaten die samen met de Spanjaarden Tenochtitlan veroverden – de hoofdstad van de Azteken (later Mexico stad) – wat een stad in het midden van een meer was. Volgens de overlevering bracht de kennis en technologie van de chinampas (een soort drijvende eilanden gebruikt voor landbouw) Nederlanders veel bij over het bouwen op water.

De Sprengenbeek, oftewel Sint-Jansbeek, welke stroomt van de Veluwe-grens tot aan de Rijn, was uiterst belangrijk voor de vroege industrie en arbeid: sinds de 13e eeuw bevonden zich meer dan tien watermolens langs de oevers van Sint- Jansbeek; graan vermalend, papier makend, en kleren wassend (slechts één enkele watermolen bestaat nog, in Park Sonsbeek). Er wordt gezegd dat er tevens verschillende bierbrouwerijen waren die het water van de stroom gebruikten als rauwe grondstof.

Het is ook waardevol om te denken aan sonsbeek in relatie tot de anekdote van de waterval. In 1826 had op die plek Baron Van Heeckeren een waterval geconstrueerd voor het gigantische bedrag van 70.000 gulden, gebruikmakend van stenen die met de hand waren opgegraven uit de Veluwe en het Kootwijkerzand. Het geluid van de waterval doet dienst als soundscape voor een groot deel van het park.

2e frequentie

Gebruikmakende van wat Trinh T. Minh “speaking nearby” noemde als strategie om kwesties rondom kolonialisme indirect te confronteren, en vertrekkende van belangwekkend werk dat het curatorscollectief ruangrupa uitvoerde rondom koloniale geschiedenis tijdens SONSBEEK '16: TransACTION, kijkt de 2e frequentie naar de kolonie als plek van arbeid, en de metropool als plek van rust. We kijken naar de stroom van volkeren/lichamen en middelen tussen de kolonies en metropolen en weer terug, en hoe deze de processen van productie beïnvloedden en ontwikkeling stimuleerden, naast de notie van sociale klasse binnen de metropool. In dit opzicht zien we Arnhem gemarkeerd worden als 'cosmopolitische stad' lang voor de 'Slag om Arnhem' in 1944 die de stad internationaal 'beroemd' maakte.

Tussen 1820 en 1859 groeide Arnhem's inwonersaantal van 9.000 naar bijna 24.000 inwoners, op het moment dat goede treinconnecties (arbeid!) gemaakt werden in de streek rondom Arnhem en Nijmegen en Nederlandse soldaten, werklieden en gepensioneerden terugkeerden van Nederlands-Indië, d.w.z. handelaars, ex-officiers en suiker- en tabaksboeren die bijzonder rijk waren geworden in India, en die huizen bouwden in Arnhem langs de Velper-, Utrechtse- en Amsterdamseweg. Ook interessant hierbij is dat stadspark Arnhem, de originele eigenaar van Park Sonsbeek, suiker importeerde van plantages op het eiland Java te Indonesië.

3e frequentie

De Indische tentoonstelling Arnhem (ITA) vond plaats van 11 juni tot 5 augustus 1928 en werd gehost door Park Zypendaal (voordien tevens een Nederlandse zijdefabriek en soldatenziekenhuis). De ITA, die een batak huis, een koeli huis, een tearoom en een gamalan orkestvoorstelling bevatte, was economisch zeer succesvol en trok een half miljoen bezoekers, waaronder Prins Henry, minister Koningsberger, Slotemaker de Bruyne en Lambooy. Rond het Zypendaal landgoed waren verscheidene paviljoenen, onder andere een Indisch restaurant. Het idee van een restaurant-paviljoen wordt wellicht verder onderzocht, met een kritische blik op de referentie aan een tentoonstelling wiens structuur gestoeld is op naties.

Wim Beeren’s “Sonsbeek buiten de perken” uit 1971 wordt nog steeds gezien als een van de meest belangrijke tentoonstellingen/kunstprojecten/evenementen van de 20e eeuw, aangezien het radicaal het begrip van een sculptuur en ruimtelijke relaties herdefinieerde, en zelfs de grenzen van de locatie van sonsbeek uitbreidde. Dit voorstel voor sonsbeek 2020 zou geïnspireerd kunnen zijn op de paviljoenen als luisterstations en publicatievormen zoals plaatselijke offset drukpersen. Alhoewel uiterst geprezen, was Sonsbeek '71 een haast volledig mannelijke show met slechts twee vrouwen op de kunstenaarslijst. Dit zal dienen als waarschuwing voor hoe de gender ratio van Sonsbeek 2020 niét moet zijn.

Sonsbeek 1986, gecureerd door Saskia Bos, is een ander hoogtepunt voor paviljoenen dat ontstond na een publieke architectenwedstrijd. Dit varieerde van glazen huizen door architect Bethem Crouwel tot het drijvende paviljoen van Wiek Röling.

Ruangrupa’s Sonsbeek 2016 had belangwekkende paviljoenen door Alphons ter Avest en Eko Prawoto.

Drie werken van het Kröller-Müller Museum blijken relevant in deze context:

Katarzyna Kobro’s Space composition 4, 1929 is een belangrijk voorbeeld van Pools constructivisme. Het duidt op “art as composition of space” en “spatio-temporal rhythm calculations”. Kobro en Strzeminski’s progressieve sociale agenda is ook belangrijk binnen de context van geluid en arbeid, alhoewel het ritme zichzelf niet noodzakelijk in geluid manifesteert. Het accent op structuur en ruimte.

Stanley Brouwn’s Project voor het Rijksmuseum Kröller-Müller heeft als meeteenheid de meter en de stap. Zoals de meeste van zijn werken, draait het hier om interactie, het overbruggen van afstanden, performativiteit, de immaterialiteit en het lichamelijke in relatie tot het ruimtelijke. De standaard meetsystemen zoals de meter, de voet of de el worden tegenover zijn persoonlijke meeteenheid gerelateerd aan zijn lichaam (de sb-voet, de sb-el, de sb-stap) geplaatst. Zo is er steeds een interactie tussen afstand, grootte, tijd en ruimte, d.w.z. ritme. Het accent op ritme en performance.

Bart van der Leck werd gevraagd door Helene Kröller-Müller (na een ontmoeting in 1914) om een glas-in-lood raam te creëeren voor haar familiebedrijf in Den Haag. Ter inspiratie stuurde ze de kunstenaar gedurende vier maanden naar Spanje en Algerije om de mijnen van het bedrijf te bezoeken, waar hij vele tekeningen en schetsen maakte van mijnwerkers. Accent op kunstenaar, arbeid en productie.

4e frequentie

De 4e frequentie handelt over sonic mapping en diens technologieën, waarbij Wim Beeren's technologie van zijn Sonsbeek '71 paviljoen als referentie dient. Beeren was geïnteresseerd in beeldhouwkunst als iets “waardoor men ruimte bewerkstelligt”, zoals televisie ook een “manier is waarmee ruimte ervaren wordt” en een van de “elementen die ons bewust doet worden van de schaal die gebruikt is, die bepaalt hoe betrokken of gescheiden we zijn van elkaar, en welke ons gedrag beïnvloedt.” Vanwege de moderne technologie is de afstand tussen twee punten fundamenteel onbeslist geworden. Volgens Beeren is “een aanzienlijk deel van de globale evenementen aan ons overgedragen door middel van enkel en alleen deze communicatiemedia. Informatie wordt zo een haast onafhankelijk fenomeen. De meest solidaire evenementen worden (vee)voer voor de massa's. Deze communicatiemedia hebben ook kunstenaars geïntrigeerd, en zij gebruiken ze op hun hoogst persoonlijke manieren.”

In samenwerking met locale historici, studenten en burgers die willen participeren, zal Force times Distance een radio implementeren en het gebruik van QR (Quick Response Code) mapping. Het idee is dat door alle parken, musea en langs de rivier en andere ruimtes indirect verbonden met de kunstwerken, korte verhalen, anekdotes, verhalen en historische feiten over Arnhem, de connectie tot de wereld of over de arbeiders en muziek in de vorm van korte podcasts in de QR barcodes gecodeerd wordt.

Een mogelijk startpunt is het werk en de technologie van Blitzmädchen (Blitzmädel) die werkte in de Diogenes bunker die de Luftwaffe (Nachrichtentruppe von Wehrmacht und Waffen-SS) ondersteunde. Zij bedienden complexe radiotechnologie die vliegtuigen meldingen doorgaf via telefoon en radioverbindingen, en onderschepten communicatie van de vijand.

We kunnen radiotechnologie zien als wat Brecht het 'Kommunikationsapparat' noemde, en meer recentere technologieën zoals de matrix QR code (Quick Response Code), voor het eerst ontworpen in 1994 voor de autoindustrie. De informatie in deze QR barcode kan gelezen worden door het gebruik van een mobiele telefoon. Data is geprogrammeerd in de QR codes door middel van vier standaard coderingsmethoden (numeriek, alfanumeriek, byte/binair, en kanji).

5e frequentie

De 5e en laatste frequentie draait om de relatie tussen geluid en ecologie, ook wel bekend als ecoakoestiek, wat gaat om de sonische relatie tussen mensen en andere wezens in hun omgeving. Zelfs plekken zoals Arnhem, sonsbeek, Zypendaal of het Nationale Park staan oog in oog met bijproducten van toegenomen verstedelijking en de groei van de stad: Lawaai. Zoals sommigen het Antropoceen verruimt hebben tot het 'Capitalocene' of 'Industrialocene' zo kunnen wij het begrip wellicht uitbreiden naar het Fono- of Akoesticeen – welke de manier zal aangeven waarop geluid, en lawaai in het bijzonder, ons huidig geologisch en sociaal tijdperk op het gebied van onze relatie tot andere bestaansvormen in onze omgeving beïnvloed heeft. Anderzijds is het gebrek aan natuurlijke geluiden, bijvoorbeeld de beek in sonsbeek, het gebrek aan vogelgezang of sprinkhanen of kikkergeluid ook een deterritorialisatie voor de mens.

We kunnen verbanden leggen tussen concepten zoals ecologie, natuur, arbeid en het sonische. Sint-Jansbeek is een belangrijke garant voor biodiversiteit, van water in de parken, aangezien deze planten de kans geeft te groeien of plekken creëert waar zeldzame vogels samen kunnen komen. Binnen de rijkdom van dit domein tellen we de medicinale planten gekweekt in de voorbije eeuwen door de nonnen in het Park Sonsbeek, of de wilde munt die koks komen plukken aan de bron van de Jansbeek.

Lawaai heeft een effect op de akoestische omgeving van aquatische en terrestrische habitats: zo hebben wetenschappers aangetoond dat vogeldiversiteit omlaag gaat vanwege de toename aan lawaai in steden en in het bijzonder langs snelwegen, vlieghavens en langdurige bouwplaatsen, terwijl andere dieren waaronder vogels de frequentie van hun (lok)roep ter aanpassing verhoogd hebben. Zodoende heeft geluid een invloed op ons gedrag, onze fysiologie en communities, zoals ook het geluid van schepen op zee en de oceaandieren (oceaangeluid).


Bonaventure Soh Bejeng Ndikung

Deze website gebruikt cookies voor analytische doeleinden.