waarom Anton de Koms ‘Wij slaven van Suriname’ blijft inspireren

Dit is een fragment uit het essay van Mitchell Esajas bij de in 2020 verschenen editie van 'Wij slaven van Suriname' van Anton de Kom. Dit fragment verscheen eerder als voorpublicatie in Trouw.

adek-boeken-naast-elkaar_orig.png

Ik kan mij niet herinneren wanneer ik voor het eerst een boek van mijn held Anton de Kom las. Wel weet ik dat mijn moeder, die geboren is in een groot boerengezin in Coronie, Suriname, een prachtig exemplaar van ‘Wij slaven van Suriname’ in de boekenkast had staan. Het was een editie waarop een portret van De Kom te zien is. Boven het portret stond de titel in vetgedrukte roze en oranje letters. Het was de vierde druk, uit 1975. Dat was volgens de omslag het jaar waarin Suriname onafhankelijk zou worden.

Ik kan mij niet herinneren wanneer ik voor het eerst een boek van mijn held Anton de Kom las. Wel weet ik dat mijn moeder, die geboren is in een groot boerengezin in Coronie, Suriname, een prachtig exemplaar van ‘Wij slaven van Suriname’ in de boekenkast had staan. Het was een editie waarop een portret van De Kom te zien is. Boven het portret stond de titel in vetgedrukte roze en oranje letters. Het was de vierde druk, uit 1975. Dat was volgens de omslag het jaar waarin Suriname onafhankelijk zou worden.

Nu verschijnt deze nieuwe editie. Triest, omdat het boek weer uitgegeven wordt om zijn actuele relevantie. De Kom wist in ‘Wij slaven van Suriname’ meeslepend, indringend en verhelderend inzichtelijk te maken dat het kolo­nialisme ook na afschaffing van de slavernij ongelijkheid in stand hield.

Anton de Kom (1898-1945), geboren in Paramaribo, verliet in 1920 Surina­me. In Nederland raakte hij actief in linkse organisaties en trouwde. Eind 1932 keerde hij terug naar Suriname, maar werd bij een optocht naar het huis van de gouverneur opgepakt, en in mei 1933 uitgezet naar Nederland. Zijn boek ‘Wij slaven van Suriname’ verscheen in gecensureerde vorm het jaar daarop. Tijdens de oorlog was De Kom in Den Haag actief in het communistische verzet. Hij werd gearresteerd in 1944, en kwam in april 1945 om door tbc in het Duitse concentratiekamp Sandbostel.

Er is veel veranderd, maar helaas is er anno 2020 nog steeds sprake van een erfenis van het kolonialisme. Vele generaties hebben kracht en inspiratie geput uit het werk van De Kom.

1.1 Koloniale erfenis

Een van de redenen daarvoor is dat hij als eerste Surinamer een haarscherpe analyse maakte van de manier waarop racisme en klasse in de Surinaamse koloniale maatschappij functioneerden. Ook na 1 juli 1863 verrichtten voormalig slaafgemaakten en pas ingescheepte contractarbeiders zware arbeid terwijl de vooral witte koloniale elite en grote bedrijven hiervan profiteerden.

De Kom zag hoe er onderscheid werd gemaakt tussen contractarbeiders uit toenmalig Nederlands-Indië en Brits-Indië enerzijds en Europese immigranten anderzijds. Hij maakte ook duidelijk hoe ze werden uitgebuit door ze ‘onder valse voorspiegelingen, contracten te laten tekenen waardoor loon en arbeidsvoorwaarden in Suriname omlaag gedrukt worden en waardoor de oude slavenmentaliteit in stand blijft’.

Daarnaast maakte hij invoelbaar in wat voor mensonterende en erbarmelijke omstandig­heden de contractarbeiders en voormalig slaafgemaakten vrijwel gedwongen werden om voor een karig loon op koffie- en suikerplantages en als ‘balatableeders’ diep in het oerwoud van Suriname te werken. De Kom beschrijft het contrast tussen de behandeling van zwarte en bruine arbeiders en een groep witte Duitse arbeiders die zich in 1897 in de kolonie vestigden. Het verschil is schrijnend: een aanzienlijk deel van de zwarte en bruine contractarbeiders overleefde de reis naar Suriname niet eens wegens ‘slechte voeding, onvoldoende lucht en smerige slaapplaatsen’.

Communisten

De Kom hield echter niet alle witte mensen verantwoordelijk voor het lijden en de uitbuiting van het Surinaamse volk. Integendeel, tijdens de periode dat hij in Nederland verbleef was hij in contact gekomen met communisten, socialisten en nationalisten, onder andere uit Indonesië waardoor hij oog had gekregen voor het verband tussen racisme en het economische systeem. “Wij vragen de Nederlandse arbeiders: de slavernij is afgeschaft in Suriname maar noemt gij degenen die onder een dergelijk arbeidscontract moeten werken waarlijk vrij?” De Kom zag witte arbeiders niet als vijanden of als concurrenten maar als potentiële strijdmakkers in de strijd voor een menswaardig bestaan voor iedereen.

In het communistische blad The Negro Worker verscheen in 1934 een artikel van De Kom, ‘Starvation, hunger and misery in Dutch Guyana’, waarin De Kom zijn scherpe kritiek op het koloniale systeem in Suriname op een internationaal podium deelde.

Hij schreef: “We herinneren ons de 16 miljoen gulden die Holland de witte slavenhouders gaf als compensatie voor de vrijgelaten slaven. De bakras (witten) kregen die miljoenen als beloning voor hun onmenselijk handelen tegen de n*g*rslaven, onze voorouders. [in De Koms tijd was het gangbaar om het n-woord te gebruiken, dat ervaar ik nu als koloniaal en beledigend, M.E.]. Maar voor de slaven van toen, en voor de vrije n*g*rs van nu geen cent. Hun enige beloning was werkloosheid, ellende en honger. Slechts door zich te organiseren en te strijden kunnen de arbeiders van Nederlands Guyana de leefomstandig­heden verbeteren, en met succes opkomen tegen de uitbuiting en slavernij die hun door het Nederlandse koloniaal gezag is opgelegd. Alleen door solidariteit en gezamenlijke strijd van de arbeiders uit kapitalistische en koloniale landen valt er af te rekenen met de gedeelde vijand: het imperialisme. Arbeiders, ten strijde tegen uitbuiting, werkeloosheid en honger! Eis onafhankelijkheid voor Nederlands Guyana!”

1.2 Verdeeldheid uit de weg ruimen

De stijl van het artikel kwam sterk overeen met die van ‘Wij slaven van Suriname’, dat ook in 1934 verscheen. Opvallend was dat hij expliciet tot de onafhankelijkheid van ‘Nederlands Guyana’ – Suriname – opriep. De Kom wilde arbeiders van diverse achtergronden verenigen. “Misschien zal ik erin slagen de verdeeldheid uit de weg te ruimen die de zwakte was dezer gekleurden, misschien zal het niet geheel onmogelijk zijn om Afro-Surinamers en Hindoestani, Javanen, Indianen te doen verstaan hoe slechts de solidariteit alle zonen van moeder Sranang kan verenigen in hun strijd voor een menswaardig leven.”

Het is deze haarscherpe analyse en strijdbare boodschap, die nu eens op een poëtische, literaire manier, dan weer feitelijk historisch is beschreven, die verschillende generaties blijft inspireren. Als we het hebben over zwarte geschiedenis, denken we vaak direct aan Martin Luther King Jr., Marcus Garvey, Angela Davis, Malcolm X of Frantz Fanon. Anton de Kom past met zijn woorden én daden perfect in dat rijtje van zwarte intellectuelen en vrijheidsstrijders die tijdloos werk hebben nagelaten.

1.3 Roofdrukken

‘Wij slaven van Suriname’ werd tijdens de Tweede Wereldoorlog verboden, waardoor het een lange tijd, ook na de oorlog, moeilijk te verkrijgen was. Dit veranderde nadat de Surinaamse studente Rubia Züschen in de jaren zestig een exemplaar van het boek in de bibliotheek van de Universiteit Leiden vond. Ze was een van de linkse studenten zich inzetten voor de dekolonisatie van Suriname. Haar medestudenten vonden het boek zo inspirerend dat ze besloten om het volledige manuscript over te typen en illegale roofdrukken te verspreiden.

Anton de Kom was al in de jaren vijftig en zestig een lichtend voorbeeld voor Surinamers die in Nederland studeerden, omdat hij als eerste het Surinaamse kolonialisme zo vlammend aan het licht had gesteld. Hij voegde de daad bij het woord, en ging in 1933 zelf terug naar Suriname. Bij betogingen voor zijn vrijlating werden zeker twee personen doodgeschoten door het koloniale regime. De Kom werd verbannen.

In de jaren zeventig groeide het antikoloniale bewustzijn onder Surinamers in Nederland en in Suriname, deels onder de invloed van de internationale dekolonisatiestrijd in voormalige kolonies in Afrika en Azië. In 1972 kraakte de vereniging Ons Suriname een leegstaand pand in het centrum van Amsterdam en doopte het om tot ‘Centrum Anton de Kom’. Het maandblad adek (Anton de Kom), stelde misstanden aan de kaak waar Surinamers in Nederland mee werden geconfronteerd zoals racisme, discriminatie en politiegeweld, evenals politiek wanbeleid en werkloosheid in Suriname.

1.4 Herdenking

In juni 1988 werd een Anton de Komherdenking georganiseerd, met personen die De Kom nog persoonlijk hadden gekend uit het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dochter Judith de Kom, die inmiddels deel uitmaakte van de antikoloniale beweging, plaatste haar vader in de ‘rijke strijdtraditie van de Nederlandse arbeidersbeweging’ en prees hem als een ‘groot humanist, als revolutionair activist tegen uitbuiting en onderdrukking, als internationalist’.

In een petitie eisten Surinaamse activisten eerherstel voor Anton de Kom. Als gevolg daarvan werd er in 1991 een plein in Amsterdam-Zuidoost, bij het huidige metrostation Bullewijk, naar De Kom vernoemd. Tegenwoordig torent zijn standbeeld boven het plein uit.

Buiten de Surinaamse gemeenschap is De Kom helaas nog onbekend, daarbinnen is hij een held die onderdeel is van ons collectieve geheugen. Dat werd duidelijk toen een groep Surinaamse, Afrikaanse en Caribische Nederlanders nota bene tijdens de Keti Koti-herdenking op

1 juli 2014 in het Oosterpark in Amsterdam een interventie deden voordat toenmalig vicepremier en minister van sociale zaken Lodewijk Asscher zou spreken. “Wij staan hier vandaag met het grootst mogelijke respect en eerbied voor onze voorouders. Wij staan hier voor Anton, Boni, Tula, Baron, Sophie, Joli Coeur, Tata, Karpata, Toussaint, Nanny en de talloze onzichtbare strijders en slachtoffers van de Nederlandse rijkdom en welvaart. Wij zijn hier om ervoor te zorgen dat er geen vreemde adem hun herdenking betreedt. Minister Lodewijk Asscher vertegenwoordigt de Nederlandse regering: dezelfde regering die de zwarte gemeenschap respectloos behandelt, geen nationale herdenking wil, VN-verdragen naast zich neerlegt en zich niets aantrekt van de pijn en zorgen van de zwarte gemeenschap.”

1.5 Racisme

Hoewel de slavernij op papier 157 jaar geleden is afgeschaft, is de erfenis voor velen nog zichtbaar en voelbaar in de vorm van alledaags en institutioneel racisme en structurele ongelijkheid. In het onderwijs hebben zwarte kinderen te kampen met discriminatie van medeleerlingen en leerkrachten en een eenzijdig curriculum waarin de schaduwzijden van het koloniale verleden veelal worden verzwegen.

Talloze onderzoeken tonen aan dat sollicitanten met een migrantenachtergrond minder kans maken op een baan dan witte sollicitanten vanwege hun huidskleur, naam of culturele achtergrond.

In de afgelopen jaren is er een groeiende beweging ontstaan tegen institutioneel racisme in Nederland. In november 2019 werd er een dieptepunt bereikt toen een congres van de actiegroep Kick Out Zwarte Piet door geradicaliseerde pro-Pieten met geweld werd verstoord. Het laat zien dat de strijd van Anton de Kom voortgezet moet worden.

De Kom begreep dat educatie een essentieel middel is om gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid te bereiken: “Geen beter middel om het minderwaardigheidsgevoel bij een ras aan te kweken, dan dit geschiedenisonderwijs waarbij uitsluitend zonen van een ander volk worden genoemd en geprezen. Het heeft lang geduurd voor ik mijzelf geheel van de obsessie bevrijd had, dat een n*g*r altijd en onvoorwaardelijk de mindere zijn moest van iedere ‘blanke’.”

Symbolen

Anno 2020 mogen deze woorden omgekeerd worden. Ik denk dat de meeste Surinamers zich al hebben ontdaan van het juk van koloniale minderwaardigheidsgevoelens ten opzichte van witte mensen. Er zijn echter nog witte mensen die, wellicht onbewust, gevoelens van superioriteit met zich meedragen. Dit uit zich onder meer in de felheid en de agressie waarmee de sinterklaastraditie wordt verdedigd, symbolen van de koloniale verhoudingen waar De Kom tegen streed. Maar ook in het institutionele racisme waar vele zwarte mensen en mensen van kleur mee te kampen hebben.

De strijd van Anton de Kom is helaas nog niet voorbij, maar zijn werk en gedachtengoed blijven nieuwe generaties inspireren. ‘Wij slaven van Suriname’ biedt ook mij nog elke keer dat ik het lees nieuwe inzichten en het besef dat de beweging tegen racisme voortbouwt op het werk van reuzen zoals Anton de Kom.

Inmiddels heeft Nederland een mooi standbeeld van De Kom, gemaakt door Erwin de Vries. En tijdens de expositie ‘Heden van het Slavernijverleden’ in het Amsterdamse Tropenmuseum stond ‘Wij slaven van Suriname’ in de vitrine. Het was mijn moeders exemplaar.

Anton de Kom
Wij slaven van Suriname
Atlas Contact; 216 p. € 15,-

Deze website gebruikt cookies voor analytische doeleinden.