Schipbreukeling – Mathieu Charles
nl/

Hira Nabi

Where Do Ships Go To Die? (Waar gaan schepen heen om dood te gaan?)

All That Perishes at the Edge of Land (2019) is gesitueerd op de Gadani scheepssloperij in Baluchistan, Pakistan, waar afgekeurde schepen aan land worden gebracht en uit elkaar worden gehaald met behulp van gasbranders en veeleisende arbeid. De arbeiders zijn meestal migranten, vaak gedreven om werk te vinden op de werf in wanhopige omstandigheden, en om met constant gevaar te werken. Ze worden aan het werk gezet om hout van hoge kwaliteit te bergen en ijzer uit het scheepswrak te halen, dat weer in de plaatselijke economie kan worden gebracht, en de rest te sorteren om als schroot te verkopen.

Wat claimen de verslagen resten van het schip als uiteindelijke kosten? Misschien kan men het schip beschouwen als een instrument van vernietiging terwijl het uit elkaar wordt gehaald. En als dat zo is, wie of wat betaalt dan de prijs voor die daad van vernietiging?

Misschien is het goed te bedenken dat het niet alleen de schepen zijn die vergaan aan de rand van het land. De loonarbeiders die de zware machines bedienen en de gassnijders versmelten in deze wazige atmosfeer als radertjes, die hun specifieke identiteit doen vervagen tot lasser, kraanmachinist, leerling of meester, verdeeld tussen degenen die op de werf of op het schip werken, opgaand in hun gespecialiseerde taak. Wie zijn deze mannen? Waar komen zij vandaan? Wat hebben zij achtergelaten? Wat voor dromen koesteren zij?

Wat wordt er nog meer kwetsbaar gemaakt? Alleen de vissen, de kustlijn, het water en de lucht zelf. In filosofische zin beschouwt dit werk de eindigheid van de oceaan als grens, en de eindigheid van ambitie. Het plaatst het schip als een uiteindelijk maritiem fossiel dat uit de oceaan moet worden getrokken om aan zijn einde te komen, waarbij een industrie wordt opgebouwd rond de periferie van het schip als een ingestort object. Deze industrie wordt uitgepakt als de plaats van contextuele onderzoeken: naar de vernietiging van de mariene ecologie, de vervuiling van alle omringende elementen, uitbuitende arbeidspraktijken die een migrantenbevolking treffen, de onzichtbaarheid van arbeiders, een netwerk van verbonden industrieën die rijkdom samenvoegen, wat leidt tot een onevenwichtige macht en een toewijding aan winstbejag, dat naast andere relaties het afval van het Industriële Noorden verbindt dat zijn laatste halte in het Mondiale Zuiden maakt.

Hira Nabi (1987, Lahore) is een kunstenaar en filmmaker die werkt met beelden en tekst om verhalen te vertellen over het alledaagse. Haar werk houdt zich bezig met het milieu, het vaak ongeziene en een langzaam proces van wedergeboorte waarmee ze de focus wil verleggen van antropocentrische verhalen naar een meer onderling verbonden en groter getuigenis van de tijd waarin we leven. Haar werk was te zien in een aantal groepstentoonstellingen waaronder Colomboscope, 2019 en Lahore Biennale, 2018. Andere locaties waar ze heeft getoond zijn onder andere: SAVVY Contemporary, Berlijn; Haus der Kulturen der Welt Berlijn; Ashkal Alwan, Beiroet; Johann Jacobs Museum, Zürich; Warehouse421, Abu Dhabi; Extra City, Antwerpen; MIT School of Architecture and Planning, Cambridge, MA; Dartmouth College, Hanover, NH; en de New School, New York. Ze was te zien op filmfestivals als CPH:DOX, Sundance, AFI DOCS, Rencontres Internationales en Dokufest. Ze werd bekroond met de 2020 Next Generation Prince Claus Award, en werd genomineerd voor de IDA Short Documentary Award (2021), en de Han Nefkens Foundation Award (2020). Ze woont en werkt in Lahore.

Dit werk wordt gepresenteerd in samenwerking met Museum Arnhem en Machinery of Me.

Screenshot 2021-07-19 at 15.05.15.png Hira Nabi, All That Perishes, still image_1.png Still from All That Perishes at the Edge of Land by Hira Nabi Still from All That Perishes at the Edge of Land by Hira Nabi
Image (1/4)
Deze website gebruikt cookies voor analytische doeleinden.